Nu de droogte aanhoudt, is het aannemelijk dat de huidige situatie van feitelijk watertekort binnen afzienbare tijd overgaat in een watertekortcrisis. De Nederlandse Vereniging van Binnenhavens (NVB) roept de minister daarom op duidelijkheid te geven over de voorwaarden waaronder de crisisfase ingaat, wat de gevolgen zijn voor het waterafhankelijke bedrijfsleven en welke scenario’s zijn uitgewerkt zodat binnenhavens zich tijdig kunnen voorbereiden.
“Veiligheid, de drinkwatervoorziening en de waterkwaliteit staan in deze periode van aanhoudende droogte vanzelfsprekend voorop”, zegt René Leegte, voorzitter van de NVB. “Maar het kabinet moet het bedrijfsleven wel duidelijk kunnen maken wat het mogelijk te wachten staat.”
Coördinerende rol ministerie ontbreekt
“Het grote probleem is dat het ministerie niet kan aangeven wanneer de volgende fase aanbreekt”, aldus Leegte. Het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat werkt met een model dat slechts twee weken vooruitkijkt. Door het gebrek aan regie en afstemming tussen het Rijk, provincies, waterschappen en de bovenstrooms gelegen landen ontbreekt een gedeeld toekomstbeeld. Daardoor kan het bedrijfsleven niet worden geïnformeerd over de mogelijke scenario’s.
Ook is onduidelijk welke concrete maatregelen bedrijven in de binnenhavens kunnen verwachten zodra de situatie overgaat in een watertekortcrisis. Juist dat gebrek aan duidelijkheid over zowel het moment als de gevolgen belemmert bedrijven om zich goed voor te bereiden.
Continuïteit van het bedrijfsleven
Met ingang van zaterdag 1 augustus zijn zes binnenhavens onbereikbaar. Dat aantal neemt verder toe wanneer de sluizen in de regio Delfland in de nacht van woensdag op donderdag sluiten. Andere binnenhavens proberen de gevolgen waar mogelijk op te vangen, maar kunnen de impact op bedrijven die afhankelijk zijn van de gestremde havens niet volledig voorkomen.
“Het ministerie van IenW kan ons niet vertellen met welke scenario’s rekening wordt gehouden. Dat is zorgelijk”, zegt Leegte. “Het kabinet lijkt onvoldoende oog te hebben voor de positie van bedrijven die afhankelijk zijn van water voor hun bedrijfscontinuïteit. Dat moet anders. De economische belangen moeten een volwaardige plek krijgen in de crisisstructuur.”


